Herodes liet Jakobus, de broeder van Johannes, ter dood brengen met het zwaard. En toen hij zag dat hij de Joden daar een groot plezier mee had gedaan, liet hij ook Petrus gevangen nemen (Hand. 12:1-3). Petrus zou zeker ook omgebracht zijn, als hij niet door een engel des Heren, op een fantastische manier bevrijd was. Het was zox92n groot wonder, dat zelfs Petrus een tijdje nodig had om tot zichzelf te komen, voordat het tot hem doordrong dat hij werkelijk vrij was. En Rode, overrompeld door blijdschap, vergat het voorportaal voor hem te openen (Hand. 12:14). Het voorval roept echter wel een paar vragen bij ons op, bv: Was God niet bij machte om een engel te sturen om Jakobus van de dood te bevrijden? Was Petrus geestelijker dan Jakobus; of had hij misschien een groter geloof? En door welke van deze twee gebeurtenissen werd de naam van God het meest verheerlijkt, door de martelaarsdood van Jakobus of de spectaculaire verlossing van Petrus? Ieder die de Heer kent, zal zich er van weerhouden om dergelijke vergelijkingen te maken, tussen de weg die God gaat met de xe9xe9n en met de ander. Het is absoluut onjuist om een dienaar van God minder geestelijk te beschouwen, omdat zijn loopbaan zwaarder is dan die van de ander. Noch kunnen we zeggen dat een groot offer, zoals dat van Jakobus, minder tot verheerlijking van God zou zijn dan de verschijning van de engel, die Petrus bevrijdde. Na Zijn opstanding had Jezus een ontmoeting met Petrus en voorzegde: x93Toen gij jonger waart, omgorddet gij uzelf en gij gingt, waar gij wildet, maar wanneer gij eenmaal oud wordt, zult gij uw handen uitstrekken en een ander zal u omgorden en u brengen, waar gij niet wilt. En dit zeide Hij om te kennen te geven, met welke dood hij God verheerlijken zoux94 (Joh. 21:18-19). Dus ook Petrus zou de martelaarsdood sterven, precies zoals Jakobus. Wat zou er dan, in de loop van de jaren, gebeurd zijn met zijn apostelschap? Waarom x96 na zoveel jaren trouw de Heer gediend te hebben x96 niet nog eens zox92n machtige bevrijding? Bestonden er soms geen engelen meer? Waarom de ene keer wxe8l een wonder en de andere keer weer niet? Of was Petrus, op oudere leeftijd, geestelijk opgebrand; had hij misschien minder geloof dan voorheen? Of is het mogelijk dat hij, aan het einde van zijn leven, toch nog moest opdraaien voor het feit dat hij Jezus driemaal verloochend had? Op al deze veronderstellingen kunnen we met een nadrukkelijk x91neex92 antwoorden, mede vanwege de uitspraak van Jezus, dat hij God verheerlijken zou met zijn dood. Dat betekent dat niet alleen wonderen, maar ook x96 en beslist niet in
mindere mate x96 zware beproevingen tot eer van God kunnen zijn.
Of de naam van God wel of niet groot gemaakt wordt in ons leven, wordt niet bepaald door de omstandig-heden, maar hangt af van onze trouw en standvastigheid, in welke situatie we ons ook bevinden. Velen houden ervan om hun leven te vergelijken met dat van anderen. Mochten ze door beproevingen gaan, dan vragen zij zich af: x93Waarom juist ik en niet een ander?x94 Ben ik soms minder geestelijk? Hebben anderen meer geloof? Mochten zij echter een periode van zegen en voorspoed beleven, ook dan vergelijken zij zich weer met de mensen om zich heen. Dan gedragen zij zich opeens alsof zij een maatstaf zijn, waar ieder een voorbeeld aan zou moeten nemen. Inderdaad, we moeten altijd een voorbeeld voor anderen zijn. Maar niet in die zin dat de Heer ons altijd bewaart voor moeilijkheden en teleurstellingen. Ook in tijden van lijden, behoren we een getuige te zijn van onze liefde en trouw aan Jezus! Onder de geloofsgetuigen, genoemd in Hebreexebn 11, worden niet alleen mensen genoemd die koninkrijken hebben onderworpen, muilen van leeuwen hebben dichtgesnoerd, en aan de scherpe van het zwaard zijn ontkomen. Anderen zijn vanwege hun geloof gefolterd, hebben hoon, boeien en gevangen- schap verduurd (Hebr. 11:32-40). Zij allen waren geloofsgetuigen, ongeacht de weg die de Heer met hen ging. Zij allen behoren tot de x91wolk der getuigenx92,diens leven ons tot inspiratie dient om de zonde af te leggen en om, met volharding onze wedloop te lopen (Hebr. 12:1). Wie Jezus liefheeft, zal reageren zoals Sadrak, Mesak en Abednego: x93Indien onze God, die wij vereren, in staat is om ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit de brandende vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden; maar zelfs indien niet x96 het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, niet aanbiddenx94 (Dan. 3:17-18). We geloven van harte dat de Heer machtig is om ons, op wonderbare wijze, uit iedere nood te verlossen. Zo niet, dan maakt dat absoluut geen verschil wat betreft onze trouw aan God. We blijven Hem eren en liefhebben, en zullen niet door onze kniexebn gaan voor wat de wereld ons aanbiedt. Toen Jezus het lijden van Petrus voorzegde, zag Petrus op hetzelfde moment Johan-nes, en vroeg: x93Here, maar wat zal met deze gebeuren?x94 Jezus zeide tot hem: x94Indien Ik wil, dat hij blijft, totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mijx94 (Joh 21:21-22). x93Wat gaat het u aanx94 x96 dat is beslist geen leuk antwoord, waar iemand op zit te wachten! Maar het was ook geen leuke vraag die Petrus stelde. Want de weg die de Heer voor Petrus bestemd had, was niet bepalend voor Johannes, zoals ook Gods weg met Jakobus geen maatstaf was voor Petrus. Juist daarom is het niet onze opdracht om onze omstandigheden tot norm te stellen voor an-deren, door allerlei persoonlijke ervaringen te prediken, die de indruk wekken dat iedereen dezelfde weg zou moeten gaan. Onze norm is x91Jezusx92, en onze prediking is het x91evangeliex92! Want God gaat verschillende wegen met Zijn dienaars. En zelfs in ons eigen leven kunnen we uiteenlopende ervaringen hebben, die ons leren dat we van gexefsoleerde gebeurtenissen nooit een gesloten systeem moeten maken, waaraan we onszelf en anderen proberen te onderwerpen. Op domme vragen bestaan geen leuke antwoorden, zelfs niet van Godswege. Er zijn mensen in wiens leven God grote wonderen doet, en dan opeens weer niet, zoals dat gebeurde bij Petrus. Waarom niet opnieuw een engel des Heren, zoals in het begin van zijn carrixe8re? Het belangrijkste is niet dat we daar een uitleg voor hebben, maar dat we Petrus als voorbeeld nemen vanwege zijn trouw aan Jezus, tot aan de dood toe. Hij heeft Gods naam gexeberd, zowel in vrijheid als in gevangenschap. De wil van God is dat we leven tot Zijn eer, zowel in voor-spoed als in tegenspoed en dat we Jezus navolgen, wat er ook gebeurt. Wat de andere vraag-tekens betreft x96 vooral waar het gaat om het leven van anderen x96 zegt God ons vaak: x93Wat gaat het u aan?x94 Petrus moest echter wel duidelijk weten wat hij onder alle omstandigheden moest doen: x93Volg gij Mij!x94 Christenen raken niet in verwarring door onbeantwoorde vragen. Want zolang er geen antwoord van de Heer is op het vraagstuk van het lijden van de recht-vaardige, nemen zij toch het besluit om, desondanks, de Heer te blijven volgen, waar Hij ook gaat. En het is stukken beter om toe te geven dat ons kennen onvolkomen is (1 Kor. 13:9), dan verstrikt te raken in allerlei vreemde theoriexebn, die niet in overeenstemming zijn met alles wat de Bijbel ons van Genesis tot Openbaring onderwijst. Om vervolgens antwoorden te zoeken, door middel van allerlei vreemde Bijbeluitleggingen, die gebaseerd zijn op persoonlijke interpretaties. Want in de tsunami van geestelijke verwarring waarin we vandaag leven, gaat maar al te vaak het vertrouwen, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen die God liefhebben, en die volgens Zijn voornemen geroepenen zijn, verloren (Rom. 8:28). Ook Paulus zat in de gevangenis aan het einde van zijn loopbaan. Mocht hij zijn ketenen gezien hebben als een vloek of als een geestelijke nederlaag, dan zou hij zijn carrixe8re bexebindigd hebben als een gefrustreerd christen. Dan zou hij gedacht hebben dat zijn geloof eertijds in wonderen, schip-breuk had geleden. Denk eens aan de glorieuze bevrijding in Filippi, toen hij en Silas, door een groot wonder, uit de boeien bevrijd werden. Wat een overwinning! En nu, aan het einde van zijn loopbaan, zat hij in de gevangenis. Vol teleurstelling en vertwijfeling zou hij uit kunnen roepen: x94Heer, bent U mij vergeten? Waar zijn de aardbevingen van eertijds!x94 Maar in plaats van zich door God verlaten te voelen, noemde Paulus zichzelf de x93gevangene van Christus Jezus, voor xfa, de heidenenx94 (Ef. 3:1 x96 zie ook Filemon 1en 9). Dus niet: x93De gevangene van de heidenen, voor xfa, Christus Jezusx94. De geringste twijfel aan de wijsheid en trouw van God, zou hem er van hebben overtuigd, dat hij het slachtoffer geworden was van de vijanden van het kruis. Of sterker nog: de x91gevangene van de duivelx92. Voor Paulus bestond er echter geen zinloos lijden; net zo zeer als er geen zinloze- en heilloze wonderen van God bestaan. In het leven van Gods kinderen werkt alles mee ter verheerlijking van de naam van Jezus en voor de verkondiging van het evangelie. Als er een wonder plaatsvindt, gebeurt dat opdat de mensen zullen geloven dat Jezus de Zoon van God is, en dat zij leven zullen hebben in Zijn naam (Joh. 20:30-31). Zoals dat gebeurde bij de bekering van de gevangenbewaarder in Filippi en zijn gezin (Hand. 16:19-34). Maar als er geen wonder van bevrijding plaatsvindt, gaat het er ook dan om, de verlorenen te bereiken met het evangelie, zoals de mensen aan het hof van de Keizer (Fil. 1:12), of xe9xe9n enkele medegevangene zoals Onesimus, de slaaf van Filemon (Filemon 10). Zij allen werden bereikt met Gods Woord door de x91gevangene van Christus Jezusx92. De enige ma-nier om de naam van Jezus te verheerlijken, is door Hem te volgen, waar Hij ook gaat. Met het oog op zijn martelaarschap, zei Jezus tegen Petrus: x93Volg gij Mijx94. Je hoeft niet op alles een antwoord te weten. Maar je moet vasthouden, dat als je de Heer trouw dient, je altijd tot zegen zal zijn voor de anderen en eer brengt aan de naam van Jezus. Dat was uiteindelijk ook de gevolgtrekking van Petrus zelf, in al zijn lijden: x93Want het is beter te lijden, indien de wil van God dit eist, goed doende dan kwaad doendex94. x93Indien gij door de naam van Christus smaad lijdt, zijt gij zalig, daar de Geest der heerlijkheid en de Geest Gods op u rustx94 (1 Petr.3:17; 4:14). (Corrie Flach)Corrie sch rijft…